Betekenis voor de patiënt
Het syndroom hartfalen wordt gedefinieerd als een pompfunctiestoornis van het hart. De patiënt heeft last van moeheid en kortademigheid, soms gepaard gaande met veranderingen in het gewicht, dorst, kortademigheid bij plat liggen, nachtelijke mictie, vocht in de enkels, pijn van diverse aard, slaapstoornissen en angst of depressiviteit. Naarmate de pompfunctie van het hart vermindert, neemt de inspanningstolerantie af waardoor de patiënt toenemend beperkt wordt in zijn activiteiten. Tevens kenmerkt het ziekteproces zich door een langdurig en onvoorspelbaar beloop. Al deze factoren leiden vaak tot rouw en verdriet om wat men niet meer kan, een gevoel van afhankelijkheid, aantasting van de eigenwaarde en het ontzien van de naasten.
Oorzaken
ischemisch hartlijden
hypertensie
diabetes mellitus
cardiomyopathie, klepgebreken, ritmestoornissen en andere hartaandoeningen
Algemene maatregelen
Bespreek met de patiënt en zijn naasten de onvoorspelbaarheid van het beloop van de ziekte en mogelijke behandelingen (bijv. wel/niet reanimeren?), geef aandacht aan de beleving.
Benadruk het belang van leefregels en informeer over tekenen van verslechtering die een reden kunnen zijn om contact op te nemen.
Schakel op tijd hulp in (thuiszorg) en maak goede afspraken met betrokken zorgverleners (hartfalenverpleegkundige en arts in het ziekenhuis, thuiszorg).
Behandel zo mogelijk de onderliggende oorzaak en uitlokkende factoren.
Behandel klachten over dorst c.q. droge mond: zo mogelijk voldoende vochtinname, goede mondhygiëne, pas medicatie aan.
Preventie/behandeling van decubitus: wisselligging (indien mogelijk), aanpassing matras.
Overweeg bij dyspnoe een ventilator met frisse lucht en evt. zuurstof (als de patiënt ook COPD of een slaapapnoe-syndroom heeft).
Medicamenteuze maatregelen Mild tot matig hartfalen
Start met diureticum (bij vochtretentie lisdiureticum, anders thiazidediureticum).
Start ACE-remmer of angiotensine II receptorblokker (bij intolerantie voor ACE-remmer).
Start bètablokker, lage startdosis, per 2 weken ophogen.
Matig tot ernstig/progressief hartfalen
Verhoog diureticum.
Start spironolacton; kalium < 5,8 mmol/l houden.
Start digoxine.
Combineer thiazide- en lisdiureticum bij overvulling.
Voeg angiotensine II receptorblokker toe aan ACE-remmer.
behandeling van schimmelinfectie mond fluconazol 1 dd 50-150 mg (7-14 dagen)
Bijzonderheden Het slaapapnoe-syndroom komt regelmatig voor in combinatie met hartfalen. Overweeg zuurstof of CPAP.
Bij vermoeidheid als gevolg van hartfalen is methylfenidaat contrageïndiceerd i.v.m. kans op verergering van het hartfalen (effect corticosteroïden niet onderzocht).
Zie voor symptomen als misselijkheid en obstipatie desbetreffende hoofdstukken.